PZO
Het belang van zzp'ers neemt hand over hand toe. Volgens het CBS telt ons land ongeveer 650.000 zelfstandigen zonder personeel. Ze zijn uiterst flexibel en bedienen consumenten en ondernemingen met hun specifieke kennis en vaardigheden. In de afgelopen jaren gaf PZO zzp'ers al een gezicht in de politiek. Ook is PZO nu al betrokken bij de uitwerking van het SER-advies over de positie van zelfstandige ondernemers, dat tegen de zomer moet verschijnen.
De vertegenwoordiging van PZO in de SER is mogelijk gemaakt door VNO-NCW en MKB Nederland. Voor een eigen zetel zou een wetswijziging nodig zijn geweest. Het innemen van een plaatsvervangende zetel van VNO-NCW is een pragmatische oplossing om de zzp'ers vlot in de SER te krijgen. PZO is ingenomen met de gelegenheid die VNO-NCW en MKB Nederland bieden.
Esther Raats-Coster (40) is sinds j e Vereniging Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO). Zij is daarmee het gezicht van de grootste onafhankelijke belangenbehartigingsorganisatie voor zelfstandige ondernemers zonder personeel. In 2006 werd ze uitverkozen tot Zakenvrouw van het Jaar. Sinds de verkoop van haar bedrijf in april 2008 is ze actief als ondernemer zonder personeel.
Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO)
Met ootste onafhankelijke belangenbehartiger voor zelfstandige ondernemers zonder personeel. PZO behartigt de collectieve belangen van de leden in politiek Den Haag. Daarnaast ondersteunt PZO haar leden met onder meer een juridische helpdesk en andere ledendiensten, zoals collectieve verzekeringsarrangementen. De vereniging Platform Zelfstandige Ondernemers is opgericht in 2002.
Ongelukken met bouwkranen
Download hier het originele interview
Bron: NIBHV VEILIGHEID nr 40. auteur: Jan Kooijman
Jan Bootsma bestuurt samen met Peter de Jong de Beroepsvereniging Interim Machinisten (BIM). BIM bestaat ruim tien jaar en vertegenwoordigt ongeveer zeventig freelance hijskraanmachinisten. De leden van BIM werken als zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp’ers) door het hele land met alle soorten en typen hijskranen. Jan Bootsma heeft zelf jarenlang als hijskraanmachinist gewerkt. Hij wijst op het te maken onderscheid tussen vast opgestelde torenkranen en mobiele hijskranen. Bootsma: “Met vast opgestelde kranen gebeuren niet zo veel ongelukken. Maar áls er één omvalt of bezwijkt, zoals in juli 2008 in Rotterdam, dan is de impact groot. Een dergelijk incident gaat meestal gepaard met veel materiële schade en soms met doden en/of gewonden. Naar aanleiding van dit ongeluk heb ik van bij ons aangesloten kraanmachinisten gehoord dat zij soortgelijke problemen ondervonden met hetzelfde merk kraan uit Duitsland. Het gaat om een merk kraan dat nog niet zo lang op de markt is. De horizontale giek is te ver doorgebogen. Als alles goed was uitgetest en afgesteld, had het ongeluk nooit kunnen gebeuren. Loopkat en last liepen nu naar buiten, ondanks dat de machinist probeerde die naar binnen te laten lopen. De machinist wist vervolgens precies, hoe het zou aflopen. Met mobiele (toren)kranen gaat veel vaker iets mis. Ik schat in, dat er in Nederland iedere week een incident met een mobiele bouwkraan plaatsvindt. Dat komt mede, omdat ze steeds opnieuw moeten worden opgesteld, afgebroken en verplaatst en omdat de kraan wordt ingezet op vaak wisselende bouwplaatsen met nieuwe bouwvakploegen.“
Communicatie
Bij het veilig werken met kranen spelen ervaring en communicatie een belangrijke rol. Via portofoons hebben kraanmachinist en hijsbegeleider(s) nauw contact. Zo ook in 2008 in Rotterdam. Dat ongeluk was overigens geen gevolg van miscommunicatie. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de laatste woorden van de (Hollandse) kraanmachinist (”Ik kat in, maar hij loopt naar buiten!”) bekend zijn. Het onderlinge portofooncontact op de bouwplaats wordt meestal in het Nederlands gevoerd; soms in het Duits. Jan Bootsma waarschuwt in dat verband voor het steeds vaker inzetten van buitenlandse kraanmachinisten die de Nederlandse en de Duitse taal niet machtig zijn. Bootsma: “Op sommige grote bouwlocaties mogen buitenlandse, meestal Oost-Europese, kraanmachinisten onder bepaalde voorwaarden een half jaar komen werken. Zij krijgen daartoe ontheffing, ook al kunnen ze niet goed communiceren met de hijsbegeleiders.
De kans op ongelukken neemt dan toe, want veilig hijswerk is sterk afhankelijk van communicatie. Zeker nu er torenkranen zijn van ruim over de honderd meter, wat vereist dat de machinist goed en duidelijk moet (kunnen) communiceren.” Een woordvoerder van de Arbeidsinspectie zegt hierover, dat alle buitenlandse machinisten die in Nederland aan de slag willen een certificaat moeten hebben gehaald in het land van herkomst. Verder moeten zij in Nederland een toets ondergaan, uitgevoerd door een onafhankelijke instantie, waarbij ook de kennis van de Nederlandse taal wordt getoetst. Aan de hand van het certificaat en het resultaat van de toets geeft de Arbeidsinspectie al dan niet een ontheffing af.
Volgens Bootsma timmert dat de zaak in de praktijk echter niet dicht. Hij zegt: “Veel buitenlandse opleidingen zijn lang niet zo goed en diepgaand als de Nederlandse. Ze leveren bijvoorbeeld te weinig theoretische bagage. Wij kennen hier het certificaat van de Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport (TCVT). Dat TCVT-‘hijskraanrijbewijs’ is vijf jaar geldig. Voordat het wordt verlengd moet een tweedaagse opfriscursus worden gevolgd. Ook moet de machinist aantonen dat hij over voldoende praktijkervaring beschikt. In sommige landen zijn hijskraancertificaten nog steeds voor weinig geld te koop. De Arbeidsinspectie komt in Nederland overigens pas in actie als er een incident heeft plaatsgevonden.”
Rol Arbeidsinspectie en Openbaar Ministerie
De Arbeidsinspectie komt inderdaad bij ieder ongeval met een bouwkraan waarbij doden of gewonden zijn gevallen op bezoek voor nader onderzoek. Dat gebeurt bij alle ernstige arbeidsongevallen met letsel en verzuim. Na ieder dodelijk arbeidsongeval overlegt de Arbeidsinspectie met het Openbaar Ministerie (OM). Na dat overleg bepaalt het OM wat voor soort onderzoek uitgevoerd zal worden: een strafrechtelijk of een bestuursrechtelijk onderzoek. In beide gevallen doet de Arbeidsinspectie (op dezelfde manier) onderzoek.
Een bestuursrechtelijk onderzoek resulteert in een ongevalrapport waarbij de werkgever wel of geen boete kan krijgen. De Arbeidsinspectie wikkelt de zaak dus zelf af. Een strafrechtelijk onderzoek leidt tot een proces-verbaal voor het OM. Na voltooiing van het aan haar (door het OM opgedragen) onderzoek is de zaak voor de Arbeidsinspectie afgerond. Het OM bepaalt vervolgens of tot vervolging zal worden overgegaan. Als dat zo is, wordt de zaak voor de rechter gebracht. Gerechtelijke vervolging kan lang duren. Zeker bij ongelukken met bouwkranen.
Volgens een woordvoerder van het strafparket van het Rotterdamse OM heeft dat ondermeer te maken met het feit dat veel bouwkranen niet van Nederlandse makelij zijn. De kraan die betrokken was bij het ongeval op de bouwplaats aan de Prinsenlaan te Rotterdam in juli 2008 kwam uit Duitsland. Aan Duitsland is een verzoek om rechtshulp gedaan. Daarbij worden inlichtingen en uitleg gevraagd over techniek, bouw en veiligheid van de kraan. Voordat een rechtshulpverzoek is afgerond en het resultaat aan alle partijen is voorgelegd, is er veel tijd verstreken.
Een eerder ongeval met een bouwkraan aan de Brielselaan in Rotterdam-Zuid maakt dat duidelijk. Daar viel begin december 2003 door nog onbekende oorzaak een kraan om. De giek en het bijbehorende contragewicht braken af en kwamen op een naastgelegen pand terecht. Een man kwam om het leven, twee anderen raakten gewond. Deze zaak kwam half november 2009 voor de rechter. Die sprak begin december 2009 (zes jaar na het ongeval!) het vonnis uit. Daarna is vanzelfsprekend nog hoger beroep mogelijk. (JK)
Kwaliteit en veiligheid torenkraan onvoldoende geborgd
Op 10 juli 2008 bezweek, schijnbaar zonder aanleiding, een torenkraan in Rotterdam. Deze torenkraan stond bij een torenflat in aanbouw. De machinist, die op 96 meter hoogte in de kraan zat, kwam hierbij om het leven. De Onderzoeksraad Voor Veiligheid onder voorzitterschap van prof. mr. Pieter van Vollenhoven heeft een onderzoek ingesteld naar dit ongeval. Uit het onderzoek is gebleken dat de kraan is bezweken als gevolg van een aantal tekortkomingen in het ontwerp. De flexibiliteit van de configuratie van de mast en de horizontale arm van de kraan (giek) was groter dan door de constructeur berekend. Daarnaast leert het onderzoek dat verschillende tekortkomingen aan torenkranen naast elkaar kunnen bestaan.
Binnen de huidige systematiek bepaalt de fabrikant zelf of zijn product voldoet aan het veiligheidsniveau uit de Europese normen en legt dit vast in een verklaring. De kraan behoeft hierbij niet door anderen op veiligheid en kwaliteit te worden getoetst. Er is daardoor op dit moment geen vangnet dat voorkomt dat torenkranen met (veiligheids)tekorten in het ontwerp op de markt komen en worden opgesteld.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid vindt dit zorgwekkend. Bij een voorval met een torenkraan lopen voorbijgangers, mensen die in de omgeving wonen , werken of recreëren ook gevaar, dit naast de kraanmachinist en de mensen die op de bouwplaats aanwezig zijn. Een groot aantal torenkranen staat momenteel opgesteld op drukke locaties in diverse binnensteden.
Inmiddels heeft naar aanleiding van het onderzochte voorval de fabrikant een aantal wijzigingen in het ontwerp aangebracht om de veiligheid te verbeteren. De Onderzoeksraad voor Veiligheid pleit ervoor het systeem van toezicht op de kwaliteit en veiligheid van torenkranen aan te scherpen, voordat een torenkraan op de markt komt. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt aanbevolen om er in Europees verband zorg voor te dragen dat torenkranen onder het regime van gevaarlijke machines worden geplaatst. Op die manier zal in het vervolg voorafgaand aan het gebruik eerst een beoordeling plaatsvinden door een gecertificeerd bureau.
Daarnaast pleit de Onderzoeksraad voor het oprichten van een meldpunt voor ongevallen en bijna-ongevallen met kranen, waaronder torenkranen. Dit meldpunt heeft onder andere tot doel bij gevaarlijke situaties alle betrokken partijen te waarschuwen. Een dergelijk meldpunt wordt gedragen door een platform bestaande uit vertegenwoordigers uit de branche: kraanfabrikanten en eigenaren, gebruikers en opdrachtgevers. Tevens doet de Raad een aanbeveling aan de Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport waarmee wordt beoogd het bestaande systeem van keuringen uit te breiden.
http://www.onderzoeksraad.nl/index.php/onderzoeken/instorten-torenkraan-rotterdam-alexander-23-juni-2008